Sparen, beleggen of potverteren?

Foto: Pixabay

Met een negatieve spaarrente, aandelenkoersen die in 3 weken tijd met 30 procent daalden en een coronavirus dat de levensverwachtingen bedreigt lijkt ‘potverteren’ wellicht de beste optie, immers… je leeft maar één keer.

(tekst: Wim Meijer)

Gisteren beleefde de Amsterdamse aandelenbeurs de zwaarste dag sinds 19 oktober 1987, de dag die de geschiedenis inging als ‘Zwarte Maandag’. Oorzaak: het oprukkende coronavirus, het door de Amerikaanse President Trumph afgekondigde inreisverbod voor Europese landen en de olie-oorlog tussen Rusland en Saoedi-Arabië. Deze giftige politieke en financiële cocktail zorgde ervoor dat in één dag de aandelenkoersen met zo’n dikke 10 procent daalden.

Voor de AEX (Amsterdamse aandelenbeurs) betekende het de grootste koersdaling in 33 jaar. Zelfs bij de financiële crisis van 2008 verloor de beurs niet zo veel op één dag. Daarbij was die koersdaling van gisteren al de zoveelste negatieve beursontwikkeling in de laatste weken. Sinds eind januari leverde de AEX al zo’n slordige 30% in, waarmee nu toch echt gesproken kan worden over een beurskrach waarvan het eind ook nog zeker niet in zicht is.

(foto: Pixabay)

Vandaag op Nieuws.nl een lesje beleggingsgeschiedenis. Leuk om te lezen, maar denk maar niet dat we er ook maar íets van leren, want ook wat vandaag gebeurt zal zich morgen weer herhalen.

l’histoire se répète
“Resultaten, behaald in het verleden, bieden geen garantie voor de toekomst”. We kennen de kreet allemaal. Een soort verplichte waarschuwing aan klanten van beleggingsproducten. Maar hoe wáár is deze stelling? Want wat is ‘het verleden’? Dat kun je zo ruim nemen als dat je zelf wilt. En ik durf zelfs te stellen dat, als je die termijn lang genoeg neemt, de resultaten uit het verleden wel degelijk garantie geven voor de toekomst. Maar, dan praat ik wel over termijnen van vele tientallen jaren. En dan praat ik ook niet per definitie over positieve resultaten.

Als je over dit soort lange termijnen kijkt zal ’t je verbazen dat de geschiedenis zich steeds herhaalt. Je zou dan denken dat we ervan leren. Maar niets is minder waar: Ook al hebben we het scenario in de geschiedenis al vaker meegemaakt, we maken toch altijd weer dezelfde fouten.

Vliegtuigen van ‘onze Koninklijke’ aan de grond, wachten op groen licht van Donald Trumph (foto: Wim Meijer Fotografie)

Opkrabbelen tot de volgende beurscrash
Even naar nu: We zitten nu even in een stevige dip. Maar er komt een moment dat we Corona onder controle hebben, we weer met volle Boeings naar de VS vliegen en Rusland en Saoedi-Arbarie weer onlosmakelijke olievriendjes zijn. En op dat moment krijgen we weer vertrouwen en gaan we ook weer beleggen. En als beleggen weer populair wordt gaan ook de aandelenkoersen weer omhoog. En dat bevestigt dan weer de stelling dat beleggen winstgevend is, dus gaan er nog meer mensen beleggen. En daardoor stijgen de koersen dan weer verder, net zolang……. totdat het bedrag dat de belegger betaalt voor z’n aandeel niet meer in verhouding staat tot de realistische waarde van het bedrijf.  En dàn hoeft er in de economie maar even ìets mis te gaan en knalt de hele luchtbel uit elkaar.

Dat noemen we dan een beurskrach of beurscrash. Op 19 oktober 1987 hadden we te maken met zo’n beurskrach. Die dag ging de financiële geschiedenis in als ‘Zwarte Maandag’. De complete beleggingswereld lag bijna aan de beademing van schrik, alsof men dit nooit had zien aankomen. En dat, terwijl ook toen de hele geschiedenis er al bol van stond! Die geschiedenis hebben we even op rij gezet.

1637: de Tulpencrisis
Dat hebzucht het wint van realiteitszin, bleek al in 1637 tijdens de ‘tulpmania’. Vanaf 1620 gingen liefhebbers van tulpen steeds hogere prijzen neertellen voor de tulpenbollen. In de hoop op snelle winsten, stortte men zich massaal op het beleggen in tulpen. Dit ging zover dat in de zomer van 1633 zelfs een huis werd geruild tegen drie tulpenbollen. Termijncontracten voor tulpenbollen gingen van hand tot hand, soms wel meerdere keren per dag, met de bedoeling om ze weer met meer winst te verkopen. Het toppunt werd bereikt op 5 februari 1637, toen een tulpenbed werd verkocht voor meer dan 90.000 florijnen (vergelijkbaar met 7,5 miljoen euro nu) Een week later stortte de markt in en betaalde men voor een tulpenbed nog slechts 6 florijnen.

1720: de ‘South Sea Bubble’
Wat wij meemaakten met onze tulpen, gebeurde in Engeland met de South Sea Company. Dit bedrijf had een monopolie op de handel in de Zuidzee. Op basis van buitensporige speculaties over de rijkdommen die de Britten uit Zuid-Amerika konden halen, steeg de waarde van de aandelen tot onwaarschijnlijke hoogte. Toen bleek dat de South Sea Company de hoge verwachtingen niet kon waarmaken, stortte het aandeel in, wat leidde tot een lawine van faillissementen onder zowel bedrijven als burgers, die in het “véél belovende” bedrijf hadden belegd.

1882: Crash van Parijs
Ieder land z’n eigen drama. In Frankrijk was het Franse bank Union Générale waarop de beleggers zich massaal stortten. In een periode van 3 jaar steeg de waarde van de aandelen van 500 franc per aandeel naar 3000 franc. Veel aandelen werden ook gekocht van geleend geld. Toen vervolgens de rente begon te stijgen en de kredietverstrekkers een extra premie gingen vragen, was dat het keerpunt en stortte de waarde van het aandeel Union Générale volledig in. Het gevolg was dat ongeveer een kwart van de makelaars op de beurs diep in de problemen raakte en 7 van hen volledig failliet gingen. Één lichtpuntje: Eén van die zeven beurshandelaren was Paul Gauguin, die van narigheid maar besloot een andere baan te zoeken. Hij werd een van de bekendste kunstschilders van Frankrijk!

Beurshandelaar Paul Gauguin: na de beurscrash van Parijs toch nog goed terechtgekomen als kunstschilder (foto: Wikipedia – zelfportret Paul Gauguin)

1901: Crash van New York
Ook Amerika had zo z’n eigen crash. In 1901 vochten twee grote kapitalisten om de heerschappij over een spoorwegmaatschappij en een bank. Door de onderlinge strijd liepen de koersen van de aandelen razendsnel op. Het gevolg was dat veel kleine investeerders gingen beleggen in deze aandelen, in de hoop snel winst te kunnen pakken. Het liep echter anders: de strijdende spoorwegmaatschappijen kwamen tot een compromis met als gevolg dat in één klap de waarden van de aandelen weer terugvielen naar ‘normaal niveau’, met een gigantisch koersverlies voor de ‘beleggers van het laatste uur’ tot gevolg.

Wall Street Crash, 1929
Het is wellicht de meest beruchte beurskrach uit de geschiedenis: Zwarte Donderdag, ofwel de Wall Street Crash. Op donderdag 24 oktober verloor de beurs al meer dan 22 procent bij opening. Hoewel het verlies bij sluiting beperkt leek te blijven tot 2,1 procent, sloeg de volgende dagen het noodlot pas echt toe: Op 28 oktober volgde een verlies van 13 procent en op 29 oktober van 12 procent. Die 12% per dag zette zich een volledige maand voort, en wat geleidelijker bleven de aandelen in waarde zakken tot de zomer van 1932.

Het duurde vervolgens tot 1954 voordat de koersen zich weer hadden hersteld. Uiteindelijk leidde deze beurskrach tot een wereldwijde ‘Grote Depressie’ en wellicht tot nog veel meer narigheid. Want volgens sommigen heeft deze beurskrach indirect de komst van Adolf Hitler mogelijk gemaakt. Door de tekorten van de Amerikaanse overheid ten gevolge van de beurscrisis, was de financiële hulp aan Duitsland stopgezet. Hierdoor ontstond in Duitsland grote armoede en werkloosheid, wat een voedingsbodem bleek voor de ideeën van Adolf Hitler.

1982: Sluiting van de Souk Al-Manakh
Ook het Midden-Oosten bleef niet achter en had z’n eigen beurskrach. De onofficiële beurs van Koeweit was in 1982 de op drie na grootste ter wereld. Het ontbrak er echter volledig aan toezicht. Het betalen van de aandelenpakketten gebeurde stelselmatig met cheques. Die werden vaak van een latere datum voorzien, waardoor men eigenlijk de aandelen kocht op krediet. De hele aandelenmarkt stortte in, toen bleek dat één cheque niet gedekt was. Dit leidde tot een collectieve bewustwording, waardoor de totale waarde van de beurs bijna 100 miljard dollar inleverde en Koeweit vervolgens zijn beurs sloot.

19 oktober 1987: Zwarte Maandag
De gekte hield niet op: Tussen augustus 1982 en oktober 1987 steeg de beurs met meer dan 350 procent. Redenen hiervoor waren o.a. de oprichting van de optiebeurs in 1975 en daarnaast de daling van de rente, waardoor meer beleggers overstapten op aandelen. De waarden van de aandelen stegen naar fictieve hoogten, en de terugval naar de realiteit zette in op 19 oktober. De AEX-index daalde in één dag met 12% en zette die trend in de daarop volgende weken voort. Op 10 november bereikte de beurs zijn laagste punt, ruim 46% lager dan de beginkoers op Zwarte Maandag. De koersdaling was overigens wereldwijd: De Dow Jones Industrial Average (DJIA) daalde met 508 punten tot 1738,74 (22,61%), Hong Kong daalde met 45,5%, Australië 41,8%, Spanje 31%, het Verenigd Koninkrijk 26,45%, Canada 22,5% en Nieuw-Zeeland met ongeveer 60%.

Dotcom bubble, 2000
Maar ook na de crash van 1987 braken weer mooie tijden aan. Koersen herstelden zich en de nieuwe economie diende zich aan. Zo rond 2000 dacht iedereen met een internetbedrijfje miljonair te kunnen worden. Er werden idiote bedragen neergeteld voor bedrijven die verlies leden, allemaal vanwege de ‘belofte’ van internet. Dat alles niets meer dan een zeepbel was, werd pijnlijk zichtbaar bij de beursgang van World Online. Maar ook internationaal stortte de handel in aandelen van internetgerelateerde bedrijven in, wat zich vooral vertaalde in de koers van de Technologiebeurs Nasdaq. Op 10 maart 2000 stond deze nog op 5048,62 punten. In oktober 2002 sloot de Nasdaq 77,9% lager op 1114,11 punten.

Opnieuw van euforie tot in de put… en weer terug?
De laatste jaren zaten we dus weer in een ongeremd stijgende lijn, waarbij de AEX zelfs de grens van 600 punten overschreed. Een verademing voor iedereen met een beetje geld om mee te ‘spelen’ in een tijd dat de spaarrente zelfs negatief dreigt te worden. Maar ziet: van een ‘verademng’ naar ‘aan de beademing’. In de laatste drie weken leverde de AEX maar liefst 30% in. Kortom: opnieuw ellende alom. Maar….. ook nu zal weer blijken dat alles goed komt. Dat bewijzen tenminste de cijfers. Kijk maar eens over een periode van 100 jaar. Sinds 1900 lag het gemiddelde rendement op sparen rond de 3,65% en het aandelenrendement lag zelfs op 7,8% netto. Helemaal niet zo slecht! En dat moet toch een geruststelling zijn. Als je maar geduld genoeg hebt, blijkt dat in verleden behaalde resultaten toch een soort van garantie geven voor de toekomst. Alleen…. als je 100 jaar moet wachten op die toekomst, dan kun je er misschien toch maar beter flink op los leven en potverteren. Dat is hartstikke goed voor de economie en ………voor de aandelenkoersen.