In de ban van de Ringen (#10): Marathonlopen op rattengif en brandewijn

Foto: Pixabay

In een zomer waarin we het zonder sport moeten doen komt Nieuws.nl met een serie over bijzondere, bizarre en komische gebeurtenissen, zowel binnen als buiten de sportarena, gedurende de vroege geschiedenis van de Olympische Spelen. Vandaag het verhaal van doping in de sport. En dan bedoel ik ‘doping van het allereerste uur’, zoals brandewijn en rattengif.

Grenzen verleggen
Laat er geen discussie over bestaan: sporten is gezond! Alleen ‘te veel sporten’ is dat niet! En als je praat over ‘topsport’ dan praat je over balanceren op die grens. In de topsport doet men er alles aan om de grens van het menselijk kunnen steeds te verleggen naar een hoger niveau. Niet alleen uit prestatiedrang, maar ook onder druk van publiek en commercie, veelal de financiële onderbouwing en daarmee het bestaansrecht van de sport. Kortom: de topsporter mòet presteren. Mòet nieuwe records vestigen. Mòet steeds z’n grenzen blijven verleggen. En als het lichaam dat niet meer trekt, dan moet het soms een handje worden geholpen. En dat handje heet dan in de volksmond ‘doping’. Alleen doping mag niet! Terecht overigens! Niet alleen leidt het tot oneerlijke concurrentie maar ook kan het ten koste gaan van de gezondheid staat daarmee haaks op iedere sportieve en dus ook Olympische gedachte.

Als het plasje niet wil komen
Niet vreemd dat de Olympische autoriteiten er dus alles aan doen om de Spelen ‘schoon’ te houden, hetgeen leidt tot de meest vergaande controles en soms ook tot praktische problemen. Want je zult maar een ‘plasje’ willen controleren als er geen ‘plasje’ is, en niet wil komen ook.

(foto: Wikipedia)

Dat gebeurde bij de Spelen in 1968. Daar werd de Britse bokser Chris Finnagan Olympisch Kampioen in het middengewicht na een superspannende finale tegen de Rus Kiseljov. Na de wedstrijd  werd hem vriendelijk verzocht om in het kader van de dopingcontrole een plasje te produceren. Alleen, dat wilde niet echt lukken. Zoals hij zelf opmerkte: “Ik kan zoiets niet op commando en helemaal niet als iemand daarbij staat toe te kijken”. De dopingautoriteiten waren echter niet te beroerd om Finnegan terzijde te staan. Eerst droegen zij glazen water aan. Maar blijkbaar liep Finnegan niet op water. Dan maar een flinke pot bier. Maar ook het gerstenat leidde niet tot het gewenste resultaat. Uiteindelijk gingen twee leden van de dopingcommissie, bewapend met apparatuur, met Finnegan mee naar het diner, ter ere van zijn boksoverwinning, in afwachting van de plas, die toch ooit een keer moest komen. Het duurde uiteindelijk tot in de vroege morgen totdat de bevrijdende ‘boodschap’ zich aandiende. De uitslag kwam een dag later: negatief.

Marathon 1904 op rattengif en brandewijn
Overigens is doping lang niet altijd een groot taboe geweest bij de Spelen. Aan het eind van de 19e eeuw was dopinggebruik de normaalste zaak. Niemand zag het als vals spelen. Dat mag blijken uit het de Olympische Marathon van 1904 in St. Louis. De winnaar van deze marathon was de Amerikaan Thomas Hicks. Hij kreeg tijdens de 42 kilometer en 195 meter diverse malen strychnine sulfaat (rattengif) ingespoten in combinatie met een groot glas brandewijn. Hicks werd hierin begeleid door Charles Lucas. Behalve begeleidend arts (en barman) was Lucas tevens auteur van het verslag van de Olympische Spelen. Hierin merkte hij op dat “de Marathon aantoonde dat, vanuit medisch oogpunt, drugs zeer voordelig kunnen zijn voor sporters.” Nadat hij op slechts 4 mijl voor de finish nog ‘een laatste rondje’ kreeg van Lucas bereikte Hicks als tweede de finishlijn na zijn teamgenoot Fred Lorz . Deze bleek echter gegrepen te hebben naar een heel ander soort stimulerend middel, namelijk ‘mechanische doping’

Fred Lorz en Thomas Hicks (foto's: Wikipedia)
Fred Lorz en Thomas Hicks (foto’s: Wikipedia)

Mechanische doping
Lorz had al vriendelijk voor de foto geposeerd met de dochter van president Roosevelt en stond op het punt zijn gouden medaille in ontvangst te nemen, toen men erachter kwam dat hij vals had gespeeld. Na 14 km was Lorz uitgeput in de auto van zijn manager gestapt.  Toen de auto 18 kilometer later kapot ging, hervatte hij de race en kwam alsnog rennend als eerste het Olympisch stadion binnen. Zelf zag Lorz het als een aardig grapje. De officials konden er echter niet om lachen en diskwalificeerden hem. Dat hij zulke trucs niet nodig had om te winnen, bewees hij een jaar later door op eerlijke wijze de marathon van Boston te winnen.